Europese richtlijn
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Europese Unie |
Dit artikel maakt deel uit van de serie: |
|
|
|
|
|
Een Europese richtlijn is een wetgevend instrument van de Europese Unie. De richtlijn kent haar oorsprong in artikel 249 van het EG-verdrag. Het gaat om een afgeleide vorm van Europees recht, naast de Europese verordening, de Europese beschikking en de Europese aanbeveling.
De Europese wetgever gebruikt richtlijnen om verschillende nationale rechtsordes op elkaar af te stemmen. Richtlijnen komen dan ook vaak voor in aangelegenheden die aan de werking van de Gemeenschappelijke markt raken. Richtlijnen verplichten Lidstaten om hun wetgeving aan te passen zodat zij eenzelfde welbepaald eindresultaat beogen, maar laten de keuze van de methode over aan elke Lidstaat.
Inhoud |
[bewerken] Totstandkoming
De Raad neemt richtlijnen aan, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het EESC alsook van het Parlement (art. 52 EG-Verdrag).
Uitzonderlijk kan ook de Commissie richtlijnen annemen, volgens de Comitologie-procedure.
Elke richtlijn dient na haar aanneming goedgekeurd en bekrachtigd te worden door de Commissie. Hierna wordt zij bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
[bewerken] Inwerkingtreding
De bepalingen van een richtlijn treden in werking op de datum die de richtlijn hiertoe zelf bepaalt. Wordt geen datum van inwerkingtreding bepaald, dan treedt zij in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking in het Publicatieblad.
[bewerken] Omzetting
Een richtlijn die in werking is getreden, dient door elke geviseerde Lidstaat geïmplementeerd te worden in haar nationale rechtsorde. Concreet worden de beoogde eindresultaten in de eigen wetgeving vastgelegd door middel van nationale wetgevende aktes. Deze wetgevende aktes worden in het kader van omzetting nationale uitvoeringsmaatregelen genoemd. Zij kunnen de vorm aannemen van een wet, een regeringsbesluit, een besluit van een gedefedereerde overheid, enz. naargelang het bevoegdheidsniveau waarop de wetgevende akte uitvaardigt wordt. Dit wetgevend proces, algemeen bekend als de omzetting (van richtlijnen), wordt nauw opgevolgd door de Europese Commissie.
Doorgaans geeft de richtlijn aan over hoeveel tijd de Lidstaten beschikken om de omzetting uit te voeren. Dit is de zgn. implementatietermijn. Zij kan variëren van één/enkele maand(en) tot verscheidene jaren. De Raad houdt bij het bepalen van deze termijn rekening met de geviseerde resultaten evenals met de complexiteit van de uit te vaardigen richtlijn.
[bewerken] Verbindendheid
[bewerken] Ten aanzien van de overige Lidstaten
Volledige, tijdige en correcte omzetting van de Europese richtlijnen is een verplichting die krachtens het EG-Verdrag rust op de Lidstaten. Indien blijkt dat een Lidstaat niet binnen de opgegeven inplementatietermijn is overgegaan tot omzetting van een bepaalde richtlijn, beschikt de Commissie over ingrijpende middelen om deze Lidstaat te verplichten om om te zetten. Deze middelen zijn de vraag om informatie, de klacht, de ingebrekestelling, het met redenen omkleed advies en tot slot de procedure voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Een veroordeling tot financiële straffen jegens de in gebreke blijvende Lidstaat zijn overeenkomstig de huidige stand van de Europese wetgeving slechts mogelijk mits de Lidstaat in kwestie een tweede maal veroordeeld is voor dezelfde niet-omzetting.
[bewerken] Ten aanzien van de burger
Een richtlijn is in beginsel slechts gericht tot de Lidstaten van de EU. Ingeval een Lidstaat evenwel te laat of op onjuiste wijze een richtlijn heeft geïmplementeerd, dan kan een burger zich na het verstrijken van de omzettingstermijn rechtstreeks op een richtlijnbepaling beroepen voor de nationale rechter (rechtstreekse werking), althans tegenover de overheid (verticale rechtstreekse werking).
Een bepaling kan rechtstreekse werking hebben wanneer de desbetreffende bepaling in de richtlijn volgens de jurisprudentie van het Europese Hof voor Justitie onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is.

