Europese verordening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Europese Unie

Dit artikel maakt deel uit van de serie:
Politiek en overheid van
de Europese Unie


Pijlers van de EU
Pijler I: Europese Gemeenschappen
Pijler II: Gemeenschappelijk buitenlands
en veiligheidsbeleid

Pijler III: Politiële en justitiële samenwerking
in strafzaken

Politieke instellingen
Raad van de EU en Europese Raad
Voorzitter: Zweden
Europees Parlement
Voorzitter: Jerzy Buzek
Verkiezingen: 1979, 1984, 1989, 1994,
1999, 2004 , 2009
Europese Commissie
Voorzitter: José Barroso
Commissie-Barroso

Hof van Justitie van de EU
Hof van Justitie
Gerecht van eerste aanleg

Financiële lichamen
Europese Centrale Bank
Europese Investeringsbank
Europees Investeringsfonds

Andere lichamen
Controlerende lichamen
Europese Rekenkamer
Europese Ombudsman
Adviserende lichamen
Economisch en Sociaal Comité
Comité van de Regio's
Agentschappen van de EU

Europees recht
Verdragen
Acquis communautaire
Wetgevingsprocedures

Gerelateerde onderwerpen
Europese politieke partijen
euro, Economische en Monetaire Unie
en Eurozone
Uitbreiding van de Europese Unie
Schengenakkoorden

Portaal Politiek · Portaal Europese Unie

Zie Europees recht voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een Europese verordening is een wetgevend instrument van de Europese Unie. De verordening kent haar oorsprong in artikel 249 van het EG-verdrag. Het gaat om een afgeleide vorm van Europees recht, naast de Europese richtlijn, de Europese beschikking en de Europese aanbeveling.

Kenmerkend voor de verordening is dat zij tot iedereen gericht is, in tegenstelling tot de richtlijn (die enkel tot EU-Lidstaten gericht is) en de beschikking (die uitdrukkelijk vermeldt voor wie zij bestemd is). Zij is verbindend in al haar onderdelen.

De verordening is rechtstreeks van toepassing, wat betekent dat zij rechtstreeks recht schept dat in alle EU-Lidstaten dezelfde kracht heeft als het nationale recht, zonder dat nationale instanties daarvoor iets hoeven te doen.

De EG-verordening adstrueert het supranationale karakter van de EG. Dit omdat een lidstaat van de EG, nadat een verordening is uitgevaardigd, de bevoegdheid verliest bindende voorschriften uit te vaardigen over het rechtsgebied waarop de verordening betrekking heeft.

Inhoud

[bewerken] Verdragsrechtelijke definitie

Een verordening heeft een algemene strekking, is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat (artikel 249, tweede alinea, EG-verdrag).

[bewerken] Algemene strekking

Onder algemene strekking wordt verstaan dat de verordening een onpersoonlijk, niet-geïndividualiseerd karakter heeft. Zij is toepasselijk op meerdere rechtssituaties en is geldend voor alle rechtssubjecten (burgers, bedrijven, lidstaten, EG-instellingen). In termen van de Nederlandse wetgevingsinstrumenten laat de EG-verordening zich het best vergelijken met een wet in materiële zin.

[bewerken] Verbindendheid in al haar onderdelen

Dat een verordening verbindend is in al haar onderdelen geeft het onderscheid weer tussen de verordening en de richtlijn als wetgevingsinstrument. In tegenstelling tot de verordening dient een EG-richtlijn eerst door de lidstaten van de EG te worden omgezet in nationale wetgeving. Omdat een verordening niet meer door de lidstaten hoeft te worden getransformeerd in nationale wetgeving, leidt een verordening in alle lidstaten van de EG per definitie tot een gelijk resultaat.

[bewerken] Rechtstreekse toepasselijkheid

De rechtstreekse toepasselijkheid van een verordening impliceert dat EG-verordeningen rechtstreekse werking hebben. Een verordening is een bron waaraan rechtssubjecten in de Gemeenschap direct hun rechten en plichten ontlenen.

[bewerken] Zie ook

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken