Europees recht
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Europese Unie |
Dit artikel maakt deel uit van de serie: |
|
|
|
|
|
Europees recht is het recht van de Europese Unie (EU).
De Europese Unie is uniek vergeleken met andere internationale organisaties in zoverre dat er een uiterst complex en hoog ontwikkeld systeem van intern recht bestaat welke supranationale werking en directe werking heeft binnen de autonome rechtsorde van de lidstaten (communautaire rechtsorde). Een verschil met de Verenigde Staten is dat het Europese recht wel derogeert aan het nationale recht van de lidstaten. Dat heeft het Hof van Justitie voor de Europese Gemeenschappen namelijk beslist in de arresten HvJ EG van 5 februari 1963, nr. 26/62 (Van Gend & Loos), Jurispr. 1963, blz. 1 en HvJ EG van 15 juli 1964, nr. 6/64 (Costa/ENEL), Jurispr. 1964, blz. 1199. Onverschillig of een lidstaat ten aanzien van het internationale recht een monistisch of dualistisch stelsel hanteert, kent de EG een eigen communautaire rechtsorde. Deze rechtsorde heeft voorrang bij eventuele strijdigheid met nationale wetgeving van de lidstaten.
Er bestaan drie bronnen van Europees Gemeenschapsrecht:
- primair recht: de verdragen
- secundair recht: richtlijnen, verordeningen, beschikkingen en aanbevelingen van Europese instellingen; daarnaast kan de EG ook internationale verdragen sluiten
- uitspraken van het Europese Hof van Justitie en het Gerecht van Eerste Aanleg en het Gerecht voor Ambtenarenzaken
Daarnaast is er ook het recht van de tweede pijler (GBVB) en de derde pijler (PJSS)
- primair recht: het EU-verdrag
- secundair recht:
GBVB: Gemeenschappelijke Strategie, Gemeenschappelijk Standpunt, Gemeenschappelijk Optreden, Besluiten en internationale verdragen;
PJSS: Gemeenschappelijke Standpunten, Kaderbesluiten, Besluiten, overeenkomsten tussen Lidstaten en internationale verdragen
- uitspraken van het Europees Hof van Justitie en het Gerecht van Eerste Aanleg en het Gerecht voor Ambtenarenzaken en dit ondanks de beperktere rechtsmacht van het Hof van Justitie in de tweede en derde pijler.
Inhoud |
[bewerken] Primair recht
De verdragen van de Europese Unie vormen het primaire recht van de EU. Deze verdragen zijn:
- het EGKS Verdrag van 1951 (Verdrag van Parijs)
- het EEG Verdrag van 1957 (Verdrag van Rome)
- het EURATOM Verdrag van 1957 (Verdrag van Rome)
- het Fusieverdrag van 1965
- het Toetredingsverdrag van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken (1972)
- het Toetredingsverdrag van Griekenland (1979)
- het Toetredingsverdrag van Spanje en Portugal (1985)
- het Europese Akte van 1986
- het Verdrag van Maastricht van 1992
- het Verdrag van Toelating van Oostenrijk, Zweden en Finland (1994)
- het Verdrag van Amsterdam van 1997
- het Verdrag van Nice van 2001
- het Toetredingsverdrag van Athene van 2003
NB: De verschillende protocollen worden ook beschouwd als een bron van primair recht.
[bewerken] Secundair recht
Het secundair gemeenschapsrecht bestaat uit recht dat is afgeleid van het primair gemeenschapsrecht. Terwijl het primair gemeenschapsrecht tot stand komt door de Lidstaten - zij sluiten immers de Europese verdragen af - bestaat het secundair gemeenschapsrecht uit normen die de instellingen van de Europese Unie zelf creëren.
De belangrijkste onderdelen van het secundair gemeenschapsrecht zijn de besluiten die artikel 249 van het EG-Verdrag opsomt. Dit zijn de verordening, de richtlijn, de beschikking en de aanbeveling. Elk van deze wetgevende akten wordt door de Europese Commissie, de Raad van Ministers en/of het Europees Parlement vastgesteld.
Daarnaast behoren tot het secundair recht ook besluiten die het interne functioneren van de instellingen van de Europese Unie regelen, zoals huishoudelijke reglementen of afspraken tussen de instellingen.
Het secundair gemeenschapsrecht komt geleidelijk tot stand en ontwikkelt zich steeds verder. Het is het recht dat door de Europese Unie opgelegd wordt aan de Lidstaten. Door de uitvaardiging ervan wordt de Europese rechtsorde in de loop der tijd uitgebreid.
[bewerken] Uitspraken Europese Hof van Justitie
Na Costa v ENEL (1964) bezit de Europese Unie een autonome rechtsorde. Het Europese Hof van Justitie acht zich bekwaam om uitspraak te doen over bepaalde zaken. Deze zijn van supranationale werking, deze krijgt dus voorrang over nationaal recht.
| 1948 | 1952 | 1958 | 1967 | 1987 | 1993 | 1999 | 2003 | 2009 | |
| Brussel | Parijs | Rome | Brussel | EA | Maastricht | Amsterdam | Nice | Lissabon | |
| Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) | |||||||||
| Europese Atoomenergie Gemeenschap (EURATOM) | |||||||||
| Europese Economische Gemeenschap (EEG) | → P I L A R E N → |
Europese Gemeenschap (EG) | Europese Unie (EU) | ||||||
| ↑Europese Gemeenschappen↑ | Justitie & Binnenlandse Zaken (JBZ) | ||||||||
| Politiële & justitiële samenwerking in strafzaken (PJSS) | |||||||||
| Europese politieke samenwerking (EPS) | Gemeenschappelijk buitenlands & veiligheidsbeleid (GBVB) | ||||||||
| West-Europese Unie (WEU) | |||||||||

