Fins

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Zie Fins (Somme) en Les Fins voor de twee Franse gemeenten, zie FINS voor het netwerkprotocol
Fins (Suomi)
Gesproken in: Finland, Estland, Zweden, Noorwegen en Rusland
Sprekers: 6 miljoen


Taalfamilie Oeraals
Dialecten:
Alfabet: Latijns
Officiële status
Officieel in: Vlag van Finland Finland
Vlag van de Europese Unie Europese Unie
Taalorganisatie: Kotimaisten kielten tutkimuskeskus (Onderzoeksinstituut voor Finse talen)
Taalcodes
ISO 639-1: fi, SIL: FIN
Taalportaal

Het Fins (suomi of suomen kieli) is een taal met ongeveer zes miljoen sprekers. Het is (naast het Zweeds) één van de twee officiële talen van Finland en wordt daar gesproken door bijna 95% van de bevolking. Verder zijn er autochtone Finstaligen in Rusland (in Karelië en Ingermanland), in Zweden (Tornedalen) en Noorwegen (de Kvenen in Finnmark en Troms). Het Meänkieli-Fins is een officieel erkende minderheidstaal in Zweden en het Kveens-Fins is een officieel erkende minderheidstaal in Noorwegen.

Het Fins behoort tot de Oostzeefinse talen binnen de Finoegrische taalfamilie. Binnen de Oostzeefinse talen zijn het Estisch en het Karelisch nauw verwant en hogerop is ook het Hongaars verwant met het Fins. Van onderlinge Fins-Hongaarse verstaanbaarheid is echter nauwelijks of geen sprake, en dat geldt evenmin met de naburige Indo-Europese talen zoals het Scandinavische Zweeds en het Slavische Russisch. De Germaanse, de Slavische en ook de Baltische talen hebben wel veel invloed gehad op de ontwikkeling van de Oostzeefinse talen, en daarmee ook op die van het Fins. Bekende oude Germaanse leenwoorden in het Fins zijn kuningas 'koning', rengas 'ring' en ranta 'oever, strand'.

Inhoud

[bewerken] Alfabet en klankinventaris

Het Fins wordt geschreven met het Latijnse alfabet, waaraan na de z drie tekens zijn toegevoegd: å, ä en ö. Deze worden gezien als aparte letters. De letters b, c, f, q, w, x, z en å worden alleen in leenwoorden gebruikt en de g en de d daarnaast alleen in speciale posities binnen een woord. Wat rest is een tamelijk beperkt bestand aan medeklinkers en een achttal klinkers (a, e, i, o, u, y, ä en ö), die kort en lang kunnen zijn en bovendien gecombineerd kunnen worden tot een groot aantal tweeklanken, zoals ie, , au en äi. Deze rijkdom aan klinkerfonemen is karakteristiek (maar uiteraard niet exclusief) voor het Fins.

[bewerken] Uitspraak

Hieronder staat (zo goed als het gaat) de uitspraak uitgelegd van de verschillende letters:

Uitspraak
Letter: Klinkt als: In het woord:
a a wat
e tussen e en ee den en deel
i ie niet
o o bot
u oe voet
y uu vuur
ä e
ö eu jeune (Frans)
v w waar

De h wordt altijd duidelijk geaspireerd. Dubbele klinkers (aa, ee, ii, oo, uu, yy, ää, öö) worden altijd langer aangehouden. Twee verschillende klinkers worden ook allebei apart uitgesproken (Oulu wordt uitgesproken als o-u-lu). Een dubbele medeklinker wordt duidelijk uitgesproken, denk aan het Nederlandse uittreden. Wie dit niet duidelijk uitspreekt, maakt kans een ander woord te zeggen dan bedoeld wordt: kylä (dorp) i.p.v. kyllä (ja). Ook twee verschillende medeklinkers achter elkaar (ts, nt, etc.) worden apart uitgesproken, uitzondering vormt de combinatie ng, die meestal hetzelfde wordt uitgesproken als in het Nederlands (bijvoorbeeld in ring). In sommige dialecten wordt van bovenstaande uitspraak afgeweken. De ä klinkt bijvoorbeeld als a en de v gewoon als v in plaats van w. In het Fins ligt de klemtoon altijd op de eerste lettergreep.

[bewerken] Grammatica

Het Fins heeft de naam een erg moeilijke taal te zijn, hoewel de oorzaak daarvan voor een groot deel ligt in het feit dat de taal niet verwant is met de Indo-Europese talen. Dat leidt tot een grotendeels onbekende woordenschat en een aantal niet zo vertrouwde grammaticale eigenschappen. De grammaticale termen genitief, accusatief en passief worden bijvoorbeeld anders gebruikt dan in de Germaanse talen. Velen kunnen de dubbele medeklinkers niet goed uitspreken (bv. de k in kuka en kukka) of horen niet het verschil tussen tulli en tuuli (douane en wind).

[bewerken] Meervoud

In het Fins wordt het meervoud meestal gevormd door gewoon een t achter het zelfstandig naamwoord te zetten:

Meervoudsvorming
Enkelvoud Meervoud Vertaling
Talo Talot Huis
Kylä Kylät Dorp
Lintu Linnut* Vogel
Ohje Ohjeet Instructie
  • Zie ook bij Gradatie.

[bewerken] Agglutinatie

Het Fins is een zeer sterk agglutinerende taal, wat betekent dat woorden kunnen worden voorzien door een keten van 'aangeplakte' elementen die bijvoorbeeld plaatsbepaling of bezit weergeven (talo 'huis', talossa 'in het huis', taloissa 'in de huizen', talonsa 'zijn huis', talossaan 'in zijn huis', taloissaan 'in zijn huizen'). We spreken daarom in dit geval bij voorkeur van een flecterende taal. Finse woorden zijn dan ook gemiddeld langer dan Nederlandse, omdat het Nederlands vaker afzonderlijke woorden (clitica) gebruikt.

[bewerken] Woordvolgorde

Het Fins heeft, dankzij een goed ontwikkeld naamvalssysteem, een relatief vrije woordvolgorde. Toch wordt die vrijheid begrensd door de betekenis van de zin in een context: de zin moet begrijpelijk en logisch blijven. De meest voorkomende woordvolgorde in neutrale zinnen is niettemin SVX, waarbij S het subject is, V het gezegde en de X staat voor het lijdend voorwerp, het meewerkend voorwerp of een naamwoordelijk gezegde. Dat wil zeggen: het onderwerp staat op de eerste plaats, het gezegde meestal op de tweede en een lijdend voorwerp op de derde plaats: mies lukee lehteä 'de man leest de krant' (mies 'man', lukea 'lezen', lehti 'krant').
De vormleer kent de nominatief, partitief en genitief, die elk de functie van subject of object kunnen krijgen. Het is voor niet-Finnen erg moeilijk om te weten wanneer voor het object de partitief of de genitief gebruikt moet worden. De laatste tien jaar worden er zinstypes in de Finse grammatica’s genoemd, die beter het gebruik van de naamvallen beschrijven. Afhankelijk van een zinstype staat het subject dus in de nominatief of genitief. De belangrijkste zinstypes zijn: Transitieve zin: Te rikoitte ikkunan (jullie maakten het raam stuk); Intransitieve zin: Lokit lentelevät ja kirkuvat (De meeuwen krijsen en vlogen rond); Eksistentiele zin: Pöydällä on kirjoja (Op de tafel liggen boeken); Bezitszin: Minulla on talo (ik heb een huis); Necessieve zin: Minun on pakko tehdä jotain (Ik moet iets doen). Veranderingszin: Minusta tuli opettaja (Ik word een leraar). Liisa tuli iloiseksi (Liisa wordt gelukkig). De accusatief als naamval is geschrapt uit de meeste moderne grammatica’s.
In het Fins staat het bijvoeglijk naamwoord altijd voor het zelfstandig naamwoord: suuri mies 'een grote man' (suuri 'groot') en in het algemeen een bepaling voor het bepaalde: Helsingin kaupunki 'de stad Helsinki' (lett: "van Helsinki de stad"). Het Fins kent weinig voorzetsels, maar gebruikt meestal achterzetsels: miehen takana 'achter de man' (takana 'achter', miehen is de genitief van mies). Een aantal woorden kan zowel als voorzetsel als als achterzetsel gebruikt worden: torin lähellä of lähellä toria 'bij het plein' (lähellä '(dicht)bij', toria is partititief en torin genitief van tori 'plein').

[bewerken] Naamvallen

Waar het Nederlands voorzetsels heeft, gebruikt het Fins behalve achterzetsels vaker naamvallen, wat kenmerkend is voor agglutinerende talen. Het Fins heeft er vijftien, waarvan er één, de partitief, berucht is, omdat het gebruik hiervan voor een niet-Finstalige lastig te voorspellen is. De partitief wordt bijvoorbeeld gebruikt om het lijdend voorwerp uit te drukken als het onvolledig is of ontkend wordt: mies lukee lehteä 'de man leest de krant' (dwz: hij leest in de krant, niet de hele krant), mies ei lue lehteä 'de man leest de krant niet'. Als het lijdend voorwerp volledig is, staat het in de accusatief, waarvan de vorm meestal overeenkomt met de genitief: mies lukee lehden 'de man leest de krant (helemaal uit)' .
De partitief wordt ook gebruikt na telwoorden: talo 'huis, kaksi taloa 'twee huizen. En de partitief kan optreden in het onderwerp, als dat een onbepaalde hoeveelheid aangeeft: Suomessa on järviä 'in Finland zijn meren' (hier staat järvi 'meer' in de partitief meervoud). De partitief, nominatief en de genitief zijn de meest gebruikte naamvallen.

De overige naamvallen komen overeen met bepalingen van plaats, manier en tijd. Een naamval kan ook de dynamiek en de beweging in een werkwoord weergeven. Er zijn drie naamvallen die niet meer productief zijn en die alleen maar in vaste, standaard uitdrukkingen gebruikt worden: de abessief, de komitatief en de instruktief. Veelal wordt de betekenis van de naamvallen uitgelegd met voorbeelden van plaatsbepalende functies: talo 'huis', talossa 'in het huis', taloon 'het huis in', taloilla 'op de huizen' of 'bij de huizen'.
Bijvoeglijke naamwoorden en ook telwoorden congrueren: suuri talo 'het grote huis', suuressa talossa 'in het grote huis', kaksi taloa 'twee huizen', kahdessa talossa 'in twee huizen'.

[bewerken] Klinkerharmonie

Net als het Hongaars kent het Fins klinkerharmonie. Er zijn in het Fins twee categorieën klinkers: enerzijds a, o en u, die achterin de mond worden gevormd, en anderzijds ä, ö en y, die voorin de mond worden gevormd. De overige twee klinkers, e en i, zijn neutraal.

Binnen een woord kunnen voorklinkers en achterklinkers niet samen voorkomen. Dit geldt niet voor samengestelde woorden, zoals säästöpankki (spaarbank) of teräsbetoni (gewapend beton) en leenwoorden.

Dit principe heeft tot gevolg dat achtervoegsels (bijvoorbeeld naamvalsuitgangen) in twee varianten voorkomen: een met een achterklinker en een met een voorklinker. Afhankelijk van de klinkers in de stam van het woord moeten achtervoegsels met de juiste klinker worden gebruikt.

a correspondeert met ä, o met ö en u met y. De ä klinkt als in het Engelse bat, de u als oe en de y als u van Utrecht.

Voorbeelden:

achterklinkers voorklinkers
talo 'huis' - talossa 'in het huis' kylä 'dorp' - kylässä 'in het dorp'
lukea 'lezen' - lukenut 'gelezen' lentää 'vliegen' - lentänyt 'gevlogen'.

De e en de i zijn in achtervoegsels neutraal. Komen in de woordstam alleen de klinkers e en i voor, dan komen er voorklinkers in de uitgangen: etsiä 'zoeken' - etsinyt 'gezocht'.

[bewerken] Gradatie

Karakteristiek voor alle Oostzeefinse talen is het verschijnsel medeklinkergradatie, wat betekent dat sommige medeklinkers afhankelijk van hun positie in een sterke trap en een zwakke trap kunnen optreden. Staat zo'n medeklinker aan het begin van een open lettergreep (dwz: eindigt de lettergreep op een klinker), dan verschijnt de sterke trap. Is de lettergreep gesloten (dwz: eindigt deze op een medeklinker), dan verschijnt de zwakke trap.
De sterke trap betekent meestal dat de medeklinker langer is dan in de zwakke, waarbij moet worden bedacht dat dubbele medeklinkers als tt of kk in het Fins daadwerkelijk lang zijn (oftewel: men wacht even alvorens deze klank te articuleren, vgl. de nadrukkelijke uitspraak van uittreden in het Nederlands).
De zwakke trap is dan meestal kort, maar de medeklinker kan ook geheel verdwijnen, zoals blijkt uit onderstaande voorbeelden:
tyttö 'meisje': tytön 'van het meisje': tytölle 'aan het meisje': in de beide laatste vormen is de t kort, omdat de lettergreep door toedoen van een naamvalsuitgang wordt gesloten. Zo ook: lintu 'vogel': linnun: linnulle. Hier verdwijnt de t in de zwakke trap geheel. Hierboven (onder naamvallen) zagen we reeds het paar kaksi 'twee' kahdessa 'in twee'. Het Fins kent een groot aantal van dergelijke sterk:zwak-paren: tt : t, nt : nn, hk : h, etc.

[bewerken] Ontkenningswerkwoord

Het Finse werkwoord wordt ontkend door middel van een ontkenningswerkwoord: het verliest zijn persoonsuitgangen, die worden overgedragen op het ontkenningswerkwoord (alsof het woord '"niet'" wordt vervoegd: "ik niet lees, wij nieten lees"). Voorbeeld: en lue 'ik lees niet', emme lue 'wij lezen niet'. Dit lijkt enigszins op het Engels, waar don't/doesn't dient als hulpwerkwoord om een ontkenning aan te duiden. De verleden tijd wijkt echter van het Engels af: de verleden tijd blijkt niet uit het ontkenningswerkwoord maar uit het volle werkwoord. Dat wordt dus: "ik niet las, "wij nieten las".

Hieronder de vervoeging van het werkwoord 'olla' (zijn)

Tegenwoordige tijd positief   Tegenwoordige tijd negatief   Verleden tijd negatief
Fins Vertaling Fins Vertaling Fins Vertaling
Minä olen Ik ben Minä en ole Ik ben niet Minä en ollut Ik was niet
Sinä olet Jij bent Sinä et ole Jij bent niet Sinä et ollut Jij was niet
Hän on Hij/zij is Hän ei ole Hij/zij is niet Hän ei ollut Hij/zij was niet
Se on Het is Se ei ole Het is niet Se ei ollut Het was niet
Me olemme Wij zijn Me emme ole Wij zijn niet Me emme olleet Wij waren niet
Te olette Jullie zijn Te ette ole Jullie zijn niet Te ette olleet Jullie waren niet
He olevat Zij zijn He eivät ole Zij zijn niet He eivät olleet Zij waren niet

[bewerken] Bezitsconstructie

Het Fins heeft geen bezittelijke voornaamwoorden. In plaats daarvan verschijnen er bezitsuitgangen: talo 'huis', taloni 'mijn huis'. Ter benadrukking of, in spreektaal, zelfs ter vervanging van deze uitgangen, kan de genitiefvorm van het persoonlijke voornaamwoord worden gebruikt: minun taloni, minun talo.

Bezittelijke voornaamwoorden
Fins Vertaling
Minun taloni Mijn huis
Sinun talosi Jouw huis
Hänen talonsa Zijn/haar huis
Meidän talomme Ons huis
Teidän talonne Jullie huis
Heidän talonsa Hun huis

[bewerken] Trappen van vergelijking

In het Fins wordt de vergrotende trap gevormd door achter het bijvoeglijke naamwoord de uitgang -mpi toe te voegen. De overtreffende trap wordt gemaakt met -in:

Trappen van vergelijking
Fins Vertaling
Pieni Klein
Pienempi Kleiner
Pienin Kleinst

[bewerken] Habeo-constructie

Het Fins heeft geen werkwoord "hebben". De constructie die hier wordt gebruikt is te vertalen met "bij mij is...", waarbij datgene wat men "heeft" niet het lijdend voorwerp, maar het onderwerp is: minulla on talo 'ik heb een huis'; letterlijk 'bij mij is een huis'. Deze constructie is dezelfde als de dativus possessivus in het Latijn en Grieks.

[bewerken] Telwoorden

De telwoorden van 1 tot 10 luiden:
1. yksi - 2. kaksi - 3. kolme - 4. neljä - 5. viisi - 6. kuusi - 7. seitsemän - 8. kahdeksan - 9. yhdeksän - 10. kymmenen.
De rangtelwoorden van 1 tot 10 luiden:
1. ensimmäinen - 2. toinen - 3. kolmas - 4. neljäs - 5. viides - 6. kuudes - 7. seitsemäs - 8. kahdeksas - 9. yhdeksäs - 10. kymmenes.

Uitbreiding telwoorden
Fins
0 nolla
11 yksitoista
12 kaksitoista
20 kaksikymmentä
21 kaksikymmentäyksi
22 kaksikymmentäkaksi
30 kolmekymmentä
100 sata
101 satayksi
200 kaksisataa
300 kolmesataa
1000 tuhat
2000 kaksituhatta
10 000 kymmenentuhatta
100 000 satatuhatta
1 000 000 miljoona
1 000 000 000 miljardi

Het getal 2145 wordt dus: kaksituhatta-sataneljäkymmentäviisi.

[bewerken] Illustratie: tabel met naamvalsvormen

Finse naamvallen
naamval uitgang Ned. voorz. voorbeeld vertaling voorbeeld vertaling
met achterklinker met voorklinker
Grammaticaal
nominatief - talo huis kylä dorp
genitief -n van talon van (een) huis kylän van (een) dorp
accusatief - talon huis kylän van (een) dorp
partitief -(t)a - taloa huis kylää van (een) dorp
Locatief (intern)
inessief -ssa in talossa in (een) huis kylässä in (een) dorp
elatief -sta van (binnen) talosta van (een) huis kylästä van (een) dorp
illatief -an, -en, etc. in taloon (een) huis in kylään (een) dorp in
Locatief (extern)
adessief -lla op, aan, bij; met talolla op (een) huis kylällä op (een) dorp
ablatief -lta van talolta van (een) huis kylältä van (een) dorp
allatief -lle naar talolle naar (een) huis kylälle naar (een) dorp
Marginaal
essief -na als talona als (een) huis kylänä als (een) dorp
translatief -ksi naar (rol van) taloksi naar (een) huis kyläksi naar (een) dorp
instructief -n met (behulp van) (taloin) met (een) huis kyläin met (een) dorp
abessief -tta zonder talotta zonder (een) huis kylättä zonder (een) dorp
comitatief -ne- samen met taloineni met mijn huis/huizen kyläineni met mijn dorp(en)

[bewerken] Werkwoorden

De Finse persoonlijke voornaamwoorden zijn de volgende:

Persoonlijke voornaamwoorden
Fins Vertaling
Minä Ik
Sinä Jij
Hän Hij/zij/het
Me Wij
Te Jullie/u
He Zij

De persoonlijke voornaamwoorden mogen bij de eerste en tweede persoon enkelvoud en meervoud weggelaten worden.

Net als in het Nederlands zijn de Finse werkwoorden moeilijk te leren. Door onder andere gradatie kan de stam flink veranderen. Hieronder volgen twee voorbeelden:

Werkwoorden
Met achterklinker Met voorklinker
Fins Vertaling Fins Vertaling
Infinitief
Juosta Rennen Ymmärtää Begrijpen
Onvoltooid tegenwoordige tijd
Juoksen Ik ren Ymmärrän Ik begrijp
Juokset Jij rent Ymmärrät Jij begrijpt
Juoksee Hij/zij/het rent Ymmärtää Hij/zij/het begrijpt
Juoksemme Wij rennen Ymmärrämme Wij begrijpen
Juoksette Jullie rennen Ymmärrätte Jullie begrijpen
Juoksevat Zij rennen Ymmärtävät Zij begrijpen
Onvoltooid verleden tijd
Juoksin Ik rende Ymmärsin Ik begreep
Juoksit Jij rende Ymmärsit Jij begreep
Juoksi Hij/zij/het rende Ymmärsi Hij/zij/het begreep
Juoksimme Wij renden Ymmärsimme Wij begrepen
Juoksitte Jullie renden Ymmärsitte Jullie begrepen
Juoksivat Zij renden Ymmärsivät Zij begrepen
Voltooid tegenwoordige tijd
Olen juossut Ik heb gerend Olen ymmärtänyt Ik heb begrepen
Olet juossut Jij hebt gerend Olet ymmärtänyt Jij hebt begrepen
On juossut Hij/zij/het heeft gerend On ymmärtänyt Hij/zij/het heeft begrepen
Olemme juosseet Wij hebben gerend Olemme ymmärtäneet Wij hebben begrepen
Olette juosseet Jullie hebben gerend Olette ymmärtäneet Jullie hebben begrepen
Ovat juosseet Zij hebben gerend Ovat ymmärtäneet Zij hebben begrepen
Voltooid verleden tijd
Olin juossut Ik had gerend Olin ymmärtänyt Ik had begrepen
Olit juossut Jij had gerend Olit ymmärtänyt Jij had begrepen
Oli juossut Hij/zij/het had gerend Oli ymmärtänyt Hij/zij/het had begrepen
Olimme juosseet Wij hadden gerend Olimme ymmärtäneet Wij hadden begrepen
Olitte juosseet Jullie hadden gerend Olitte ymmärtäneet Jullie hadden begrepen
Olivat juosseet Zij hadden gerend Olivat ymmärtäneet Zij hadden begrepen

[bewerken] Maanden en dagen

Maanden
Fins Vertaling
Tammikuu Januari
Helmikuu Februari
Maaliskuu Maart
Huhtikuu April
Toukokuu Mei
Kesäkuu Juni
Heinäkuu Juli
Elokuu Augustus
Syyskuu September
Lokakuu Oktober
Marraskuu November
Joulukuu December
Dagen
Fins Vertaling
Maanantai Maandag
Tiistai Dinsdag
Keskiviikko Woensdag
Torstai Donderdag
Perjantai Vrijdag
Lauantai Zaterdag
Sunnuntai Zondag

[bewerken] Literatuur

  • Hakulinen, Auli et al. (2004): Iso suomen kielioppi. Suomalaisen Kirjallisuuden Seura, Helsinki. ISBN 951-746-557-2.
  • Ikola, Osmo (2001): Nykysuomen opas. University of Turku, Turku. ISBN 951-29-1800-5
  • Itkonen, Terho & Sari Maamies (2007): Uusi Kieliopas. Tammi, Helsinki, 2007. ISBN 978-9513138387.
  • White, Leila (2006): A grammar book of Finnish. Finn Lectura, ISBN 9789517921466

Bekende Finstalige schrijvers zijn o.a.:

Zoek Fins op in het WikiWoordenboek.
Zie de Finse uitgave van Wikipedia.

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken